Uitspraak

In de advertentie uit Het Vaderland van 8 oktober 1930 vinden we de uitspraak van Scheidsgerecht in de zaak Kwatta versus W.C. Sickesz.

Kwatta- Sickesz

In de het bekende proces Kwatta-Sickesz (Hollands-Zwitsersche Chocoladefabriek) werd door het indertijd benoemde scheidsgerecht,  de heer W. C. Sickesz veroordeeld alle geleden en nog te lijden schade aan Kwatta te vergoeden, nader op te maken bij staat.

 

En uit het dagblad Het Vaderland van donderdag 1 augustus 1935.

Kwatta Ontvangt een bedrag van fl. 700.000,-

De N.V. Stoom Chocolade- en Cacaofabriek te Breda deelt ons mede, dat de sedert geruime tijd aanhangige arbitrale procedure door een schikking is beëindigd. Bij deze schikking, die door partijen werd aanvaard ten einde een verdere langdurige procedure te vermijden, werd aan Kwatta tegen finale kwijting en ter definitieve afwikkeling van alle gerezen geschillen een bedrag ineens van fl. 700.000,- betaald.

Wij tekenen hierbij aan:

Kwatta, te Breda, en de Cacao- en  Chocoladefabriek Gebr. Sickesz te Amsterdam, hebben samen de N.V. Verkoopkantoor van Cacaoproducten opgericht, welke zich van 1 november 1922 af aanvankelijk belaste met de verkoop in Nederland van alle cacaoproducten van beide ondernemingen. Deze samenwerking is sedert einde 1924 gewijzigd.

De verkoopmaatschappij was gevestigd te Amsterdam. Oprichters namen elk de helft van het geplaatste kapitaal á fl. 100.000,-. De N.V. Verkoopkantoor van Cacaoproducten trad in 1925 in liquidatie. In 1930 werden de aandelen terugbetaald. In verband hiermee kan worden medegedeeld, dat in oktober 1930 de uitspraak is gevallen van het  scheidsgerecht in de zaak tussen W.C. Sickesz en Kwatta. Kwatta had de heer S. aangesproken wegens overtreding door hem van zijn contractuele verplichting niet te participeren in een concurrerende fabriek i.c. de Hollands-Zwitsersche Chocoladefabriek. Bij genoemde uitspraak werd de heer W.C. Sickesz veroordeeld alle gelden en nog te lijden schade van Kwatta te vergoeden.

Arbiters zijn thans bezig de schade te bepalen en de door Kwatta in gediende  schadestaten te onderzoeken. De schade-eis is een aanzienlijk bedrag, zoals op de algemene jaarvergadering van 27 juni 1934 is medegedeeld, en Kwatta heeft indertijd reeds beslag doen leggen op enige activa van de heer W.C. S.

Op deze vergadering werden echter geen bedragen genoemd, daar het bestuur zich daarvoor niet wenst uit te laten. Door bovengenoemde schikking is thans een einde aan deze zaak gekomen.

 

Prijzen toen en nu

Als we met de ogen van nu (2025) kijken naar de som geld welke door de arbitragecommissie in 1938 als schikking werd vastgesteld, in het sinds 1924 lopende geschil tussen Kwatta/Gebr. Sickesz en W.C. Sickesz (Hollands-Zwitsersche) inzake van het concurrentiebeding aangespannen door Gebr. Sickesz/Kwatta Breda.  Hij werd beschuldigd van misbruik maken en oneigenlijk gebruik van kennis en middelen,  bij het oprichten in 1924 van de Holland-Zwitsersche Chocoladefabriek te Amsterdam. Hij werd veroordeeld de geleden schade en nog te lijden schade door Kwatta/Gebr. Sickesz te vergoeden. Het bedrag van de schikking werd toentertijd vastgesteld op 7 ton gulden. Er was toen ook sprake van een beslag legging op activa van W.C. Sickesz.

Als we nu kijken naar de koopkracht ontwikkeling in de loop der jaren en vergelijken wat je toen met een gulden kon doen ten opzichte van  een euro nu, zien we een spectaculair ontwikkeling.

Hoe hebben de consumentenprijzen in Nederland zich ontwikkeld sinds 1938 tot heden 2025

Een bedrag van:   fl.  700.000,-  in 1938

komt nu overeen met:   €  8 764 671,91

Dit is een stijging van: 2 659,3%.

Dit is volgens de rekenmethode van het CBS.

 

We kunnen nu toch wel vaststellen dat deze industrieel  uit het Sickesz geslacht, goed bij kas zat en niet echt op de kleintje hoefden te letten.

 

Revisie G.P.R. Blokker 23-12-2025